IAAA

Artificial

Artificial.Mac

Catalogue text for an exhibition by Artificial.Mac.
Galerie van Rijsbergen, Rotterdam, 1993.
In: Hein Eberson (ed.): Artificial. Trademark™, Amsterdam, 1993.



Paul Groot

Print Screen


Hoeveel Remko Scha's zouden er eigenlijk rondlopen? Tot voor kort kende ik hem voornamelijk als de geleerde, de muzikus, de artistieke rebel, de beeldend kunstenaar; sinds mijn kennismaking met Artificial ook als de programmeur. Natuurlijk hebben die personages veel gemeenschappelijks, en mag je ze best af en toe met elkaar verwarren. Maar omderwille van de helderheid heet hij hier RemkoScha. Ik doel natuurlijk ook op Remko Scha, en had hem hier ook remkoScha, Remko_Scha of remko@schainf kunnen noemen, of welke andere willekeurige of communicatieve naam je maar wilt. Maar voorlopig is het RemkoScha, een naam waarin de persoonlijke toon overheerst, met toch een accent richting computer. Misschien is remkoScha als variabele in verband met Artificial het meest voor de hand liggend, maar zo'n spelling komt mij toch te weinig elegant voor.

RemkoScha dus. Om ons er toch telkens even aan te herinneren dat er iets met deze tekst wringt. Dat deze woorden een surrogaat zijn voor de regels van de partituur van het programma, voor het uitgetikte script dat de basis van het programma is en de motor ervan vormt. Want met computertalen is het een beetje gesteld als met het nieuwste horloge. Niet de tijd, maar de vraag naar welke nieuwe toepassingen ze nu weer in een nog kleiner volume hebben weten te stouwen maakt je nieuwsgierig. In een klassiek klokje is er aan de mechanika van radertjes en veertjes nogal wat te doen, maar aan een nog sneller chipje in nog kleinere uitvoering is er visueel niet echt veel lol te beleven. Wat telt is dan niet meteen de hardware, maar het script dat aan de toepassingen ten grondslag ligt. En dat geldt zeker voor Artificial. Want misschien meer nog dan de uiteindelijke visuele resultaten is het dertigtal A4-tjes, betrekkelijk volgetypt met regels die het liefst in de Courier 10 punts uitgeprint zouden willen worden, het echte kunstwerk. Een partituur die de sfeer van het handschrift van een schilder of een componist benadert en die met de anonimiteit van een script in het geheugen van de computer in tegenspraak lijkt. Maar die helaas tegen geïnteresseerde blikken van de buitenwereld wordt afgeschermd, hoewel het toch als een hedendaags kunstschrift op veel aandacht zou mogen rekenen.

Het aardige van een project als Artificial is dat je ook de conceptuele opzet en de praktische achtergrond ervan bloot kunt leggen. De computer houdt weliswaar het doen en laten van de hardware voor ons verborgen, maar de structuur van dit programma ligt als een open zenuw betrekkelijk uitdagend onmiddellijk achter de beelden te wachten. Niet echt aanlokkelijk voor de meeste kijkers, in principe ook gesloten voor anderen dan de maker, maar helemaal ontoegankelijk toch ook weer niet.

Hypercard, de computertaal waarin RemkoScha zijn eerste versie heeft geschreven (er staat een LISP-versie op AutoCad in de steigers) is een heel toegankelijk medium waarin RemkoScha zijn hogere aspiraties uit heeft kunnen leven. De elegante eenvoud van een typische Apple Macintosh-taal met af en toe vreselijk onbenullige details, die RemkoScha handig genoeg heeft vermeden. Maar bovenal een taal met een sterk gevoel voor teken-achtige toepassingen waar, het moet hier gezegd, Artificial toch niet helemaal zonder kleerscheuren uit vandaan is gekomen.

Een onnodig grote angst voor het witte vlak, een artistiek horror vacui, een hedendaagse psychologische infectie waarvan ik niet weet of je die aan RemkoScha of aan de computer zou toe moeten schrijven, is voorlopig het meest opmerkelijke manco van het programma. Opmerkelijk, omdat RemkoScha zijn werk ziet als een electronisch equivalent van de drastische opruiming waar een aantal abstract werkende kunstenaars in de jaren zestig in de cultuur hebben huisgehouden. Deze nog altijd levende traditie (onlangs organiseerde Vittoria Biasi in Rome een tentoonstelling onder de naam 'Het geheugen van het witte schilderij', waarbij het witte doek niet slechts de behoeder van een luminaire traditie bleek te zijn, maar ook nog eens het licht op de toekomst bleek te werpen) is het kader waarbinnen Artificial functioneert. Een in de jaren zestig door Herman de Vries en François Morellet ontwikkelde idee van een intuïtief gebruik van systematiek wordt door RemkoScha systematisch en technisch verder uitgewerkt. Een parallel, digitaal onderzoek naar de voor deze kunstenaars zo karakteristieke vormen: de eenvoudige geometrische, naast de complex biologische.

on   symNullR x1,y1,x2,y2
     symR "nullR",x1,y1,x2,y2
end  symNullR

Een toevallig fragment uit de partituur van dit programma laat zien hoe geschikt elegant genoteerde computertalen zijn om met de verbeelding aan de haal te gaan. Vanwege de heldere lay-out, vanwege de formuleringen die ons als vanzelf op het domein van de poëzie brengen, vanwege de mogelijkheden om met de taal behalve teksten ook beelden en geluiden voort te brengen en zo een Gesamtkunstwerk vanuit de taal waar te maken. En natuurlijk vanwege de digitale, binaire berekeningen van de computer. De prachtige algebraïsche en mathematische formuleringen zijn in de computertalen teruggebracht tot een ééndimensionaal aandoende regelval. Een notatiesysteem dat van de schitterende mathematische typografie weliswaar niets over laat, maar het voordeel heeft op een solide tekstueel resultaat af te stevenen. En in die zin is Artificial misschien meer verwant met de poëzie dan met de beeldende kunst. Bijvoorbeeld met Hans Faverey's gedicht Chrysanten, Roeiers (1977) dat je zou kunnen lezen als een illustratie bij het programma van Scha, een gedicht als een screenprint van een van de bewegingen van Artificial.
BEGIN: Zo [#] het iets teWeeg brengt,
   IF: en [+] zich heeft verGeten,
   THEN: is [=] het teVergeefs
   ELSE: en [+] in godsNaam

END


Ik heb er voor de sfeer hierboven wat leestekens aan toegevoegd (een methodiek die Faverey zelf ook beoefende , maar die de critici niet zo beviel en die hij zelf al snel ook heeft losgelaten), maar dat heeft het gedicht natuurlijk niet nodig. Hier het vijfde deel van het gedicht in de originele notatie:

Van lieverlede; zo
komen zij nader: 8 roeiers,
steeds verder landinwaarts

groeiend in hun mytologie:
met elke slag steeds verder
van huis, uit allemacht roeiend;
groeiend tot alle water weg is,
en zij het hele landschap

vullen tot de rand. Acht --
steeds verder landinwaarts
roeiend; landschap daar al geen
water meer is: dichtgegroeid
landschap al. Landschap,
steeds verder land-

inwaarts roeiend; land
zonder roeiers: dicht-
geroeid land al.

Als dit gedicht van Faverey RemkoScha niet rechtstreeks heeft geïnspireerd, zou je denken dat op zijn minst één van de functies of commando's uit dit programma er een rechtstreekse vertaling van is. Maar zelfs als hij dit gedicht niet kent, blijft er een intrigerende vraag hangen. Zou er ooit een visuele reeks gegenereerd kunnen worden die de kracht van het gedicht ook maar kan benaderen? Nu is het immers nog zo dat het gedicht zich als het ware in de leegte oplost, terwijl het computerscherm zich alleen dankzij het commando "exit" van de dichtslibbende vormen in Artificial kan ontdoen. Als het horror vacui voor Artificial voorlopig de grootste bedreiging vormt, waarom blijkt dat verschijnsel in het gedicht nu net bevrijdend te werken? Hoe komt het dat Chrysanten, Roeiers - in tegenstelling tot de inhoudelijke suggestie die je erin terugvindt - de geest werkelijk even leeg maakt? Is dit procédé ook in Artificial toe te passen, of is het juist een van die geheimen van de poëzie? Is het alleen die toevallige klank- en rijm-verwantschap van 'groeien' en 'roeien' die dat sublimerende effect teweeg brengt? En zo ja, zijn daarvoor visuele parallellen aan te wijzen?

De leegte van Chrysanten, Roeiers tegenover de volheid van Artificial. Het zou misschien te overwegen zijn het programma binnenste buiten te keren, of liever de richting ervan om te keren. Te beginnen met een door patronen en vormen overwoekerde monitor die stukjes en beetjes het beeldscherm van zijn lading ontdoet en tenslotte de stilte en het witte scherm van de absolute meditatie toont. Dichtgegroeide structuren die uiteendrijven en tenslotte op de monitor en in de geest als een enkel leeg beeld achterblijven. Niet als beeld van een dienst weigerende computer of dat van de herinnering van een kijker met alleen maar een korte-termijn-geheugen, maar van de kracht van een gedichtwaarvan de letters zich na lezing oplossen in het papier, daarin verdwijnen. (Een beeld dus dat de wereld van de roeiers van Faverey binnenste buiten keert.) Zodat het nabeeld van een TV-scherm dat op een of andere manier altijd een beeld van volte achterlaat - het gevolg van het feit dat het bombardement van de electronische deeltjes op het oog zoveel agressiever is dan het gemoedelijk communiceren via het papier - eindelijk de sfeer van het witte schilderij zal kunnen benaderen. Dat zou uiteindelijk de sublieme triomf van het zwaarwichtige wit geven waartoe Remko Scha en remkoScha en Remko_Scha en remko@schainfde programmeur RemkoScha hebben uitgedaagd bij het maken van Artificial.



_______________________

Paul Groot is scenarioschrijver en redacteur van onder andere Blind en Mediamatic.